Het is jammer dat ik nooit geestelijk of fysiek ben mishandeld door mijn familie. Mensen zijn dan toch net iets minder in je geïnteresseerd zonder zo'n donker verleden. Nu moet ik het dus maar hebben van mijn goddelijke lichaam en ijssmeltende glimlach. Toch kan mijn familie zo nu en dan zo gestoord als een kokosnoot zijn. En word ik alsnog mishandeld. Jippie!
Mijn vader; Kleine, maar sterke kerel. Heeft een lage tolerantie voor onzin. Als baby maakte ik dat al mee. Zit ik te huilen 's nachts, omdat ik constant naar beneden wil? Prima, mijn vader zet me op de stoel beneden, doet het licht uit en gaat naar boven (hij haalde me daarna gewoon weer op en ik ging eindelijk slapen). Zit ik een hele tijd om borstvoeding te janken? Pap zet me aan z'n eigen borst. Supergoor, maar effectief. Ik durf me niet meer te laten horen daarna. Maar drie dingen steken er boven uit in mijn geheugen wat mijn vader betreft.
- Mijn vader en z'n jongere broer mogen elkaar niet. Ik weet niet precies wat het is, maar ze kunnen elkaar niet uitstaan. Bij de laatste paar verjaardagen zaten ze elkaar al boos aan te kijken zoals in een slechte western, tot het op een gegeven moment explodeerde bij mijn oma. Mijn zus en ik waren nog jong en moesten in de eetkamer maar een beetje kleuren en tekenen en proberen niet te stikken in de viltstiften. Ondertussenhebben mijn ouders een nogal heftige discussie met mijn oom en tante, terwijl mijn grootouders alles een beetje proberen te sussen. Opeens wordt mijn moeder geduwd door mijn oom. Bam! Mijn oom leert wat manieren, dankzij de rechtervuist van mijn vader. Iedereen kijkt geschrokken toe; mijn opa en oma vallen bijna flauw, mijn tante begint haast te huilen, mijn moeder heeft even gemist wat er gebeurde, mijn zus en ik kunnen onze ogen niet geloven, terwijl het oog van m'n oom dichtzit. En wat zegt mijn vader? "Kom op, we gaan."
- Het is midden in de zomer en mijn zus ligt in de hangmat in de tuin. Het ene uiteinde is aan de boom vastgemaakt en het andere uiteinde aan de schutting. Die schutting staat er, omdat wij niet kunnen opschieten met de buren. Het had iets te maken met het feit dat ze waarschijnlijk uit een of andere hellepoort waren gekropen De buurman was zo'n idioot, dat als mijn zus of ik hem ergens tegenkwamen, hij zijn middelvinger naar ons op ging steken en uitschelden.........we waren nog maar 8 en 10 jaar oud. Afijn, de buurman komt naar buiten en roept tegen mijn zus dat ze het touw van de schutting af moet halen. Mijn vader zegt kalm tegen hem dat hij zich niet druk moet maken en de buurman loopt weg. Pap gaat zelf even naar binnen, terwijl de buurman plotseling weer terugkomt met een schaar om het touw mee door te knippen. Ik hoor een oerschreeuw en ik verwacht de Hulk te zien, maar ik zie nog iets veel coolers: een flippende vader. Hij pakt een bijl en klimt op de schutting. De buurman rent weg met de waardigheid van een kakkerlak die vlucht voor het licht, terwijl mijn vader (die nog half over de schutting hangt) hem naschreeuwt. Daarna klimt hij weer rustig van de schutting af en zegt tegen mijn zus dat ze mag blijven liggen. Fluitend loopt hij weer naar binnen. Een half jaar later waren de buren verhuisd.
- Toen ik eenmaal 15 was, ging ik met wat vrienden zuipen op het strand. Ik drink een fles Martini in tien minuten leeg en kan amper meer op mijn benen staan. Een dronken vriend besluit mij daarom maar hard in mijn buik te schoppen. Zelfs wanneer ik op de grond lig blijft hij hiermee doorgaan. Natuurlijk ga ik van mijn stokje en mijn andere vrienden weten niet wat ze met me aan moeten. Het is nog ijskoud buiten, dus ja, de enige logische oplossing is om een stel jassen op mij te gooien. Shit, ze hadden nog werk te doen: ongemakkelijk klooien met 15-jarige meisjes. Gelukkig was er eentje in de groep met wat verstand, en hij belt mijn ouders. Mijn vader komt aan met de auto, loopt de trap af naar het strand en ziet mij onder de jassen liggen. Hij wilt me pakken, maar mijn vrienden zijn compleet achterlijk als ze dronken zijn. "Nee man, laat hem lekker liggen. Hij ligt goed zo, blijf van hem af, man, dude, kerel". Mijn vader is niet onder de indruk. "Mijn zoon ligt daar. Als jullie net snel uit de weg gaan, kan je een klap verwachten." En dat was het verhaal van die keer dat ik niet doodvroor op het strand, maar de volgende ochtend onder het zand en zonder herinnering van de voorgaande avond wakker werd in mijn eigen bed.
- Dan hebben we mijn moeder. Ik kan het bloed onder haar nagels vandaan halen, maar als ze er wat tegen doet is zij degene die zich na afloop lullig voelt. Ik was al kind weer eens onuitstaanbaar bezig. Schreeuwen, slaan, janken, gewoon strontvervelend dus. Niks werkte om mij te kalmeren, dus mijn moeder kon maar één ding doen; de corrigerende tik. -Klets!- Dat werkte wel en de rest van de dag was ik een engeltje. Maar dan wel een engeltje met een gloeiende rode handafdruk op mijn wang. De politie kon gewoon vingerafdrukken van m'n gezicht halen. De volgende dag bracht mijn moeder mij naar de crèche en ze schaamde zich kapot voor mijn 'high-five'-make up. Ik liep daar gewoon vrolijk rond, met vijf vuurrode vingers op mijn wang. En mijn moeder voelde zich een kindermishandelaar.
Ze had ook een keer het geweldige idee om mij bijles te geven. Ik ben geen kei in wiskunde en zij denkt mij daarmee te kunnen helpen. Op dat moment was ik een 14-jarige puber, dan is het niet verstandig mij iets proberen bij te brengen. Maar ze gaat er voor. Ze legt mij Pythagoras uit, x en y, dat soort grappen. En ik zit maar een beetje te mokken, te klieren of ongeïnteresseerd te zijn. Ik ga overal tegen in en ik drijf haar zo tot wanhoop, dat ze uit woede op tafel slaat. Ze schreeuwt iets tegen mij van dat het me allemaal maar niets uitmaakt en loopt naar de kast. Ze doet de deur open, gooit de calculator erin en smijt de deur weer dicht. Slechte beslissing. Het is een glazen deur, dus er zit nu een enorme barst in. Hallo dikke rekening voor een nieuwe kastdeur! Ik ga er vanuit dat ik maar beter stilletjes naar boven kan sluipen en mijn moeder in stilte moet laten balen.
- Als laatste hebben we mijn zus. Zij is 2,5 jaar ouder dan ik, en was vroeger minder gestoord dan haar lieftallige broertje. Zo rond mijn tweede jaar ben ik constant bezig haar te slaan. Ik ben nog jong en mij is maar één ding duidelijk; sla het meisje wat altijd in jouw buurt is. Simpel zat, toch? Mijn ouders zeggen dus tegen haar dat ze de volgende keer terug moet slaan. En dat deed ze.
Ik ben op de overloop aan het spelen met mijn autootjes en zie mijn zus. Mijn natuurlijke instinct zegt dat ik haar moet slaan, en wie ben ik om dat te weigeren? Grote zus deinst even terug en bedenkt wat mijn ouders tegen haar zeiden. “Gewoon terugslaan.” Dus ze pakt een speelgoedauto, slaat mij vol op mijn hoofd, ik wankel naar achteren en val van de trap af naar beneden. Resultaat: een gat in mijn hoofd waar alle behoefte om mijn zus te slaan waarschijnlijk uit lekte.
Voor zover mijn nu-en-dan gekke familie. En het verhaal achter sommige littekens. Dan kunnen we nu weer verder gaan met het bewonderen van mijn veelgeprezen glimlach.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten